wat een week vervolg

liefdeuitdehemel.blog/2018/04/15/wat-een-week/

Gedichtje - Esther Cuyvers

kreeg ik vandaag de oefening uit de 3 daagse illustratieve technieken aan via mail

ik heb het gedichtje zelf geschreven en de illustratie erbij getekend…

zomaar vanuit het niets, het doet wel iets…

dankjewel Debbie je hebt mijn blokkade naar huis gestuurd!

https://snow-and-rose.com/en/story/

5 april in Mortsel 1943

omdat ik nog steeds kippenvel heb bij het lezen van het verhaal van Carine Shelkens mag ik dit verhaal van haar ook delen.

het mag nooit vergeten worden, nooit !

hier komt haar prachtig verhaal, laat het doordringen…
29790428_722560664799945_8855207367227211776_n

Mortsel, 5 april

Aanzwellend gezoem verstoorde de harmonieuze stilte waar Emiel zich in had laten verzinken. Hij keek op. Zijn pezige gestalte rekte zich en hij rolde zijn vuile hemdsmouwen verder op. Van onder borstelige wenkbrauwen tuurden zijn pientere ogen de hemel af.
Het jonge plantje in zijn verweerde hand knakte, de tuinspade viel en vernielde een gedeelte van het pas aangelegde bloemenbed.

In een onbewolkte blauwe lentelucht fonkelende zilveren slierten in het zonlicht die zich als Koninklijke vogels voortbewogen. Dodelijke vogels… : bommenwerpers. Vriend of Vijand?
Emiel zocht koortsachtig, op zoek naar een teken dat hem kon geruststellen. Hij bemerkte kleinere toestellen die witte rook uit stootten, zij cirkelden rond alsof ze… juist! Het waren verkenners, die markeerden het doelwit. Emiel bracht net zijn hand voor zijn ogen om zichzelf tegen het felle zonlicht te beschermen, toen de eerste knal weerklonk.
“Potverdomme! Dat was dichtbij, waarom? Hier is toch geen…? “
Van dat moment af ging als razendsnel, het was alsof de hel losbarstte, Emiel keek ontzet naar de fraai aangeplante bloemen, alsof die voor even het centrum van zijn wereld waren. Hij had er tijd voor vrij gemaakt om de kinderen te verrassen.
“Mijn God! De kinderen!”

De ene inslag volgde na de andere. Er was geen tijd meer om te denken: rook, vuur, lawaai, het overspoelde hem terwijl hij naar binnen rende, de kelder in.
Hij stootte zijn hoofd aan de betonnen balk van het opberg vak in de trap, het routineuze gebaar zich te buigen zoals hij al die jaren gedaan had, was hij nu totaal vergeten. Het bloed stroomde over zijn gegroefd gezicht terwijl hij met zijn vingers de wonde aftastte.
“Stommeling! Hou je verdomme rustig, niet panikeren, rustig blijven en wacht, er is niets wat je nu kan doen, de kinderen zullen veilig zijn op school.”
Had Marie-Louise enkele dagen niet verteld dat er speciale oefeningen werden gehouden? Ze vertelde met pretoogjes dat ze onder de trap in de grote hal hadden mogen kruipen en de kleine Irene knikte geestdriftig, ze hadden het een spelletje gevonden.
En Jeanne? Die was Godzijdank de stad in met een vriendin, hopelijk waren zij verder verwijderd van dit onbegrijpelijk geweld.

Het geknal hield aan. Het stof vloog bij elke schok uit de zoldering van de kelder en buiten klonk het gegil en geschreeuw van mensen en loeiden de sirenes. Een brandlucht sijpelde binnen. De inslagen volgden elkaar razendsnel op en klonken angstaanjagend dichtbij. Een voltreffer zou hem niet veel bescherming bieden maar met een beetje geluk zat hij hier veilig.
Emiel legde zijn hoofd in zijn handen en trachtte rustig te ademen. Hij kon niets doen nu, hij moest wachten, hij moest kalm blijven… hij moest kalm blijven, kalm blijven.

De tijd verstreek en na, wat hem een eeuwigheid leek, verstomde het geweld eindelijk en werd het stil, akelig stil.

Buiten wachtte hem nog een grotere schok.
Dit was zijn straat niet meer, alles leek verwoest. Het huis zelf had zo te zien veel schade geleden, alle ruiten waren stuk, de bepleistering was op vele plaatsen weg en in het dak gaapten enkel grote gaten.
“Naar de hel met dat huis! Ik moet naar de kinderen”

Emiel rende de straat uit. Hij werd kalm nu, het was alsof een knop in zijn hoofd werd omgedraaid en hij aanschouwde de vernielingen met een nieuwe, nuchter blik.
Dit was geen tijd om te panikeren, hier moest gehandeld worden.
De ravage was onbeschrijfelijk.
Overal brandende gebouwen, uitgebrande voertuigen, kermende mensen, verkoolde lijken,…
Hij vervolgde zijn weg.
Een postbode was door de kracht van een explosie weg geslingerd en hing dood in een boom. Zijn brieventas bungelde nog grotesk aan zijn schouder. Een eindje verder stond een autobus die een voltreffer te verduren had gehad, vol zwart geblakerde lijken. Vele huizen waren totaal verwoest en gereduceerd tot bergen van puin. Overal heerste chaos. De eerste hulp kwam op gang maar velen liepen verweesd rond, niet in staat om te begrijpen wat zich hier had plaatsgevonden.

Een zacht gekerm trok zijn aandacht. Emiel trok enkele platen en brokstukken weg en zag toen een vrouw… of wat ooit een vrouw geweest was. Haar armen en benen waren verdwenen, het enige wat haar nog restte was een romp, maar ze leefde nog.
“Dorst.” ze keek hem aan, en likte over haar droge lippen. Emiel keek rond en zag enkele meters verder een geschokte kruidenier voor zijn winkel staan. “Geef haar dan toch iets te drinken man, sta daar zo niet te staan, doe iets, verdomme!” De kruidenier stoof weg, en kwam terug met een flesje Stout. “Geen water”, mompelde hij “enkel bier.”
Voorzichtig bracht Emiel het flesje aan de lippen van de stervende vrouw die gulzig dronk.
“Blijf bij haar. Lang zal het niet duren, ik moet verder”. De kleine kruidenier knikte, bijna opgetogen dat hij een opdracht had.

Verder ging het, richting centrum, en hoe dichter hij bij de school van de meisjes kwam, hoe groter de schade werd die de bommen hadden aangericht.
De moed zonk hem in de schoenen toen hij bij de schoolpoort kwam. Hij aanschouwde één grote berg puin, het was een surrealistisch beeld dat hij nooit meer zou vergeten. Hoeveel kinderen hadden de dood gevonden onder deze stenen? En Marie-Louise? Irene?
Overal klonk een zacht gekerm en gehuil. Wanhopig gejammer, niet luid, wat het nog schrijnender maakte.
“Mr. Ceuppens!”
Emiel draaide zich met een ruk om en keek in het bestofte gezicht van Juffrouw Clara, de lerares van Marie-Louise, vorig schooljaar.
“Juffrouw… ik… weet U waar? Zijn ze nog? “
“Zoek onder de trappen Mr. Ceuppens,” ze ademde diep, wreef haar neus schoon met haar bebloede hand en vervolgde “de speeltijd was net afgelopen, de kinderen gingen in rij naar de klas, de meeste die in de klas waren hebben het niet gehaald, de anderen hebben onder de trappen kunnen schuilen en enkele van de muren staan nog overeind.” Ze nam hem bij de arm “Veel geluk mijnheer, ik moet nu verder helpen, er liggen gewonden onder het puin, veel geluk”.

Emiel klom verder over de hopen puin, op zoek naar trappen, hij trachtte zich voor te stellen waar de grote hal zou moeten staan maar niets was nog herkenbaar. Hij kwam in iets wat leek op een klaslokaal, met iets minder schade aan het gebouw maar ook hier was de prijs dodelijk geweest. De kinderen die hij er vond waren de leeftijd van Marie-Louise.
Een schok verlamde hem toen hij één van de lichamen herkende. “Grote goedheid, het nichtje van Jeanne! De kleine Maria”
Emiel snelde zich naar het kleine lichaam dat daar zo roerloos lag, onbeschadigd, onaangeroerd en irreëel vredig in deze gruwelijke chaos. Hij nam haar in zijn armen en droeg haar naar één van de schoolbanken die nog overeind stonden, daar legde hij haar voorzichtig neer. Er was geen schrammetje te zien aan haar, en toch was het leven uit dat lieftallige lijfje verdwenen. Trillend zakte hij op zijn knieën en begon onbeheerst te snikken: “ Waarom toch? Oh Mijn Lieve Heer waarom? Wat heeft zo een klein meisje nou misdaan? Wat is hier nu nog goed aan?”

Een kleine hand kwam troostend op zijn schouder:“ Vake? Vake, ik heb mijn stopnaald nog, Vake. We moeten nu gauw de Juffrouw vinden Vake, want die gaat zeker naalden tekort komen zene.”
Irene nestelde zich in de armen van haar vader.
“Mijn klein schatke waar kom jij vandaan? Oh dank U God! Dank U”, hij drukte zijn gezicht in haar donkere, lange haren en genoot van haar bekende geur, “maar kleintje toch, loop jij hier zo maar rond te dwalen? Eerst moeten we onze Zus vinden lieveke, en dan gaan we naar je juffrouw zene.”
Met Irene in zijn armen zocht hij verder, de kleine meid beschermde zich op haar manier tegen de gruwel die haar jonge oogjes moesten aanschouwen, het enige wat voor haar telde was haar stopnaald, en ze hield dat prullending in haar handje gekneld alsof haar leven er van afhing.

Emiel spitste zijn oren. Hoorde hij daar geen kinderstemmen?
Zij waren iets aan het opzeggen samen, een lied, een les? Neen, het was een gebed! Zij waren aan het bidden, héél onsamenhangend, door elkaar, maar het waren duidelijk kinderstemmen, levende krachtige stemmen!
Emiel strompelde verder over het puin en opende een deur die nog absurd gesloten was in een stuk van wat ooit een muur was geweest. En daar, te midden van haar klasgenootjes, met grote bange ogen en de handjes samen gevouwen in haar gebed stond Marie-Louise.
“Vake!” Ze rende naar hem toe en sloeg haar armen rond zijn hals, met haar blauwe ogen vol tranen keek ze hem aan. “Kom Vake”, snufte ze, “We gaan naar huis.”
“Ja lieveke, we gaan naar Moeke”.

En toen Emiel zijn weg naar huis aanvatte, zijn twee schatten dicht tegen hem aan geklemd, voelde hij zich niet eens schuldig over de roes van geluk die hem overviel. De wereld was de wereld geweest, in al de onzin van puur geweld, maar zij hadden het gered deze keer, en enkel dàt had betekenis voor hem.

Emiel was mijn grootvader,
Marie-Louise is mijn moeder,
Ik heb dit verhaal geschreven omdat het nooit mag vergeten worden.

29793488_722560658133279_7986446289107681280_n

Carine Schelkens is de schrijfster van het boek Bouillonblokjes van ’t leven

https://liefdeuitdehemel.blog/2017/09/24/bouillonblokjes-van-t-leven-carine-vertelt/

 

 

 

 

met stilte

met stilte

het is en blijft een kunst.

wanneer het lichaam toch weer verhalen begint te vertellen dan weet je…

mijn lichaam verteld een verhaal, het is heel simpel een verhaal van endometriose.

vandaag toch maar snel snel een echo laten nemen, en ja hoor, wat zien we? een cyste…

en verder hopen dat mijn darmen een gewone darmontstekingske hebben en het niet is wat ik aanvoel dat het is!

op naar morgen, bloedonderzoek, want een darmontsteking is goed op de voeding letten & antibiotica nemen…

en het andere is een kijkoperatie…

kortom het zijn geen stille dagen voor bibi!

maar ik ben wel weer blij, ook al moest het van de huisdokter weer snel gaan, we gaan vandaag de kerstboom halen, zodat die nog wat kan bekomen in de atelier voor hij in de warmte komt dit weekend.

en voor ons Fien zorgen, want ons meisje doet het goed na haar sterilisatie operatie van gisteren….

verder gaat het prima ! jawel !

tot morgen.

stroom, het stroomt

Working Hard

straf, het is straf,

plots stroomt het, alsof de bevers zijn gestopt met het bouwen van een dam daar waar de innerlijke stroming nog een gaatje heeft gevonden.

straf, het is straf

dat het knagen aan de innerlijke bomen, het afknagen van de lekkere schors en het sleuren van de boomstam naar de dam, plots niet meer hoeft.

want ik ben geen bever natuurlijk.

het is wel een leuk verhaal van de bevers en zijn beheerders, het is een zeer boeiende levensles. een les die bestaat erin om van bevers te leren houden, want ze metselen met veel precisie en ijverige nachtelijke werk alles wat water kan en mag doorlaten gewoon dicht.

ze willen een waterrijk stilstaand ‘meer’ creëren, ongeveer op de plaats waar de beheerders het willen… het willen natuurlijk – eigenlijk bepalen de bevers waar ze het meer het liefste willen – zo is dat met deze wonderlijke knagers die niet omgaan voor een grove den, maar toch het liefste een wilg hebben om over te knabbelen…

bever2

het is straf, heel straf

ze maken het de beheerders soms moeilijk als er water komt staan daar waar ze het liever niet hebben, de bevers hebben ook een groot territorium en gaan elke stromend geluidje in hun territorium na om er eens deftig werk van te maken.

wel die levensles, die heb ik geleerd, ik was een bever, met een burcht ingang onder water, slapend in mijn nest boven water bedenkt met een berg takken en stammen.

het kan eigenlijk niet mooier, we hebben een houtskelettenhuis, met cederplanken afgewerkt naar buiten toe. een echt nest van hout boven de grond, een innerlijke ondergelopen ingang.

ja ik heb iets met bevers, otters en die speelse waterbeesten. al ben ik helemaal geen waterrat. maar goed dat hoeft nu dus niet meer…

waarschijnlijk hebben die bevers die in De maat leven het perfect naar hun zijn nu dat de beheerders er wel wat werk mee hebben, want laat ons eerlijk zijn een beheerder wil wel wat nat worden tijdens het werk maar te nat is té nat.

zoals ik hebben ze ook grotere machines aangekocht om de boomstammen weg te slepen die de bever daar met bevergemak naartoe heeft gesleept om net daar het water weer te laten stromen…

mijn groot machine dat ben ik, ik heb er de laatste maanden voor gezorgd dat mijn water weer kan stromen…

de beheerders in mij hebben de bever in mij geleerd om te blijven knabbelen, maar niet extra werk te maken om alles dicht te metselen.

het is een proces, een prachtig proces van innerlijke kennis en zelfbewustzijn. mijn instinkt is in transformatie. ik neem afscheid van mijn beverbestaan.

op 8 december kom ik naar buiten, door de dag!

voor een transformerende bever een wereld van verschil !

op naar de vogel die zijn vleugels mag openslaan …

Vervelende vogels poep

knipoog !!!!

 

 

what we are looking for…

21032716_1820963634882168_3518914533430416340_n

or maybe we won’t…

gisteren stond ik ineens er zelf, ja IK stond daar ZELF, op het verjaardagsfeestje voor de 6 tal kindervriendjes van onze zoon.

niet meer trillend op mijn benen, niet meer stijf van de stress, neen gewoon zoals ik ben. zoals er nog maar weinig dagen zijn geweest sinds 6 jaar.

ik ben – al zeg ik het zelf – door op te ruimen – los te laten – afscheid te nemen – verliezen realistisch te bekijken – terug geworden wie ik ben.

ik was, nu ben ik !

oh ja !

straf, het is allemaal begonnen vorig jaar ongeveer bij het beginnen te schrijven van ‘mijn boek’, het werd niets toen – ik schreef wel en zelfs veel, maar met oneindig veel details, ballast en andere dingen, waardoor ik mezelf vragen begon te stellen –

wie wil dit nu lezen?

ik niet!

ik herbeleefde ook alles weer, diep en zeer intens, op de manier zoals ik die heel mijn leven kende, met alle tierlantijnen en alle shit er op en eraan. mijn vriendin zei me “je hoeft niet alles te herbeleven hé esther !’, ja zo ist, maar toen – wat kon ik eraan doen? –

ik wist het toen niet.

wel dat ik te veel ballast beschreef, ballast dat ik meedroeg als – het zwaard van damocles  – niets van te zien, maar innerlijk wel te voelen. voor een deel had ik mezelf een illusie geschapen. ik had en dacht dat wat ik deed het deed ‘voor de mensen’.

ja watte, toen mijn eerste lichamelijke mankementen zich begonnen te manifesteren, ging ik op streng dieet – maag, gal en pancreas sparend dieet – toen pas begon ik gewicht te verliezen, joepie ! uiteindelijk na een aantal maanden diëtiste bezoeken, het lukte!

daar ging het eerste wat ik noemde – ballast – eraf. joepie !

toen maakte ik een ‘een kronkel in mijn hoofd’ – gewichtsballast is ook rommel ballast ! -ik begon stilaan met ‘wat mag weg in ons huis’. de vraag – heb ik dit nog nodig? – kwam op en ik stelde die weer duidelijk open in ons gezin…

vanaf dàt moment komt de kunst van het loslaten. 

vorig jaar in september voelde ik dat er een grote verandering moest komen, de energie die ik voelde was torenhoog – in mijn lichaam ontwikkelde zich een cyste op de eierstokken van meer dan 13 cm die dan ook sprong een paar dagen voor de zoon zijn verjaardag – wij waren toen niet thuis, we logeerde in het huis van mijn tante die op reis was.

ik was uitgeput van het begeleiden van iemand, en was in die tijd al vastbesloten te stoppen met dat wat ik toen deed. stoppen met dat waardoor ik mezelf kon verliezen…

nu zijn we bijna 1 jaar verder, ik ben gestopt met dat wat ik hierboven schreef. ook op papier! eindelijk !

ik heb een verleden losgelaten van bijna 10 jaar.

maybe we will find somthing much greater then that

toen ik binnen ging in de spoed met weeën krampen op mijn enige eierstok wist ik dat dit ook een afscheid ging zijn van – het vorige –

het was ook zo, meteen een afscheid van endometriose waaraan ik 20 jaar heb geleden. afscheid van dat wat een vrouw een vrouw maakt – geen eierstokken meer – wel een baarmoeder, die hebben ze kunnen ‘redden’.

een klik kwam, afscheid nemen van dat wat je al 20 jaar ‘ziek’ maakt, dat is wel wat, de klik kwam met een goed beeld van de verder toekomst, zonder dat ziek zijn, hoe ging ik dàt doen???

de grote doorbraak kwam toen er ‘iets’ gebeurde – in de familie – dààr viel de oermoeder weg, er kwam niets in de plaats. de zeepbel van illusie brak ik stukken van elkaar. de gelijmde stukken konden niet meer ‘herplakt’ worden.

mijn kinderlijk aanvoelen van die bel, werd nu ineens sterk en realiteit. mijn vriendin zei over mijn ‘werk’ – dat ik toch nog heb gedaan om de situatie niet te laten escaleren en dàt is me niet gelukt  –  dat ik het familie karma heb veranderd voor mijn kant van de familie. ik kreeg daarmee plots mijn beeld van – oermoeder zijn – terug in de waarheid van mijn leven. Yes Yes Yes !

en dàt is de verandering, alles wat van vroeger was is anders geworden, heel anders geworden.

helemaal in de rauwe realiteit van afscheid nemen van een wonderlijke ‘broer’ die me door zijn levens beperkingen heen plots heeft doen inzien dat intuïtie een bijzondere kracht is om in en mee te leven…

het loslaten van dat wat vroeger was, heeft me doen opruimen van dat wat ‘vroeger nodig was’. dàt opruimen heeft me de ballast mee laten opruimen van dat wat ik NU niet meer nodig heb!

en dàt is de verandering!

ik ben er onwaarschijnlijk blij mee, ik kan dit alleen maar versteken, ik kan bijna weer zeggen, ja ik heb somthing much greater then that gevonden.

gisteren en vandaag sta ik daar! zoals ik zelf ben!

ik ben er dankbaar voor, en ga absoluut voor de mildheid in mijn leven, als oermoeder, als vrouw, zeker als mama en vooral als echtgenoot.

voor mezelf.

Muurprint_Metamorfose_van_rups_tot_vlinder_02

wat deel jij op het net?

welke verhalen deel jij?

deze morgen via fb een verhaal van een vriendin…

“Stel: je staat in een lange rij aan de kassa aan te schuiven. Kassa 2 gaat open. Je volgt degene die voor je staat te wachten. Dan voel je een karretje achter je in versnelling gaan, tevens richting pas geopende kassa. Je gaat ook een stapje sneller want ook jij hebt geduldig staan wachten. Dan hoor je de dame van het karretje zeggen:”Loop mij anders omver!”….. Wat zou jij doen/voelen?”

dit is een heel klassiek voorbeeld, die iedereen van ons heeft meegemaakt. in min of meer de zelfde vorm.

meteen ging bij mij een belletje rinkelen, ook omdat ik haar daar al zie staan en ze zie reageren…

er zit heel veel in dit verhaal, ik volgde de hele resem reactie’s….

wat zou jij doen?

in dit voorbeeld zit een fantastische ‘les’ in…

ik kan het natuurlijk niet laten en reageer, eerst met een halve kwinkslag en een raad om te lachen…

het klopte niet volgens mijn gevoel, het ging dieper bij mezelf en ik krijg een inzicht. ooit heb ik een techniek geleerd en het inzicht door een therapeut in mijn gezicht geworpen.

het zijn niet alleen de woorden, het analyseren van de hele situatie begint van af het prille begin bij het stilstaan aan de kassa.

ik herhaalde ‘er zit een mooie les in, ontdek ze‘.

de kassa is altijd een prachtige metafoor voor ‘zelfbewustheid’ voor mij geweest. soms bleef ik expres treuzelen om het hele kassa gebeuren te observeren.

ik heb daar een aantal dingen uit geleerd

  • je kan – als je goed mensen kijkt – zien, wie zijn zelfvertrouwen goed zit
  • je kan zien wie een ego aanmeet en zelfvertrouwen imiteert (ik, ja ik speel soms een toneeltje daar)
  • je kan zien wie alleen aan zichzelf denkt
  • je kan zien wie braaf – onzichtbaar – staat te wezen

volgens mij zijn daar zeker studies van gemaakt, aan de kassa passeert de wereld bij manier van spreken.

mensen observeren aan de kassa, je leert er enorm veel van, en daarom was ik deze morgen blij om dit te lezen. ik deed een Fb reactie onderzoek…

op no time een overvloed aan reacties op haar pagina, allemaal mensen die verbaal of in de aanval gingen tegen die persoon die de woorden “Loop mij anders omver!” uitsprak. anders veel meeleven voor mijn vriendin, maar ook over de ziel van de andere en de slechte dag en frustratie die niet van mijn vriendin zijn maar van die ‘vervelende mevrouw met de harde woorden’.

“help me even op weg” in stuur je een Bptje  zei mijn vriendin omdat ik geen genoegen nam met haar uitleg – ik heb nog veel te leren – een kwestie om het ijzer te smeden terwijl het nog heet is…

achter de schermen stelde ik twee vragen

  • 1 wat deed je als je aankwam bij de kassa?
  • 2 hoe voelde je je?

vraag 1 is eigenlijk het belangrijkste, haar antwoord is heel typisch voor sensitieve mensen die respect voor een ander zeer hoog in het vaandel dragen en daardoor omver worden geblazen door de reactie van een persoon in kwestie met ‘harde woorden’…

ze stond eigenlijk te braaf te wezen, onzichtbaar voor de andere en natuurlijk als je dan in actie komt verschieten de andere zich een bult…

in het Jungiaanse kan je zeggen – je nam geen vorm aan en je bepaalde je plaats niet waar je recht op had.

  • geen vorm aannemen is onzichtbaar blijven en zijn
  • je plaats niet bepalen is even verwarrend voor de andere in die rij aan de kassa – niemand weet wat met je te doen en zal ook geen rekening houden met je –

dit laatste gedeelte verliep niet in het zichtbare gedeelte van fb. het ging via de chat…

haar pagina liep voller en voller, nog steeds focus op het verbale en veel te lieve woorden.

lieve en meelevende woorden voor beide partijen kloppen maar voor een deel.

je kan heel vriendelijk ‘je plaats bepalen’ door gewoon te spreken en oogcontact te maken.

  • ik zie dat ik voor je ben, klopt dat? zo kom je ook op voor jezelf en heb je die kassasituatie vermeden.

de mensen hebben dan het gevoel dat ze inbreng hebben gehad, en heb je van begin duidelijk je plaats benadrukt…

het spijtige is dat ze haar ‘les’ niet deelde op haar pagina, waarschijnlijk te kwetsbaar en schrik om als gekwetste te worden aangezien een hele tijd later.

het delen van een inzichtverhaal is ook voor mij nog steeds een klein innerlijk reisje.

MAAR gisteren kwam ik deze quote tegen

20139667_1112801428821894_8346663530292748861_n

ja ik blijf het doen !

en eigenlijk spoor ik andere aan om het ook te doen…

zeg en

wat deel jij op het net?